Paul Bronstring

Hallo beste lezer,
Gevraagd was of we een stukje wilden schrijven voor het smoelenboek, als toelichting voor het persoon achter de vrijwilliger van de Furie.

We schrijven de datum 29 December 1966, de dag dat in Emmen Paul Bronstring junior wordt geboren. Zoon van Nora en Paul en broertje van Ellen.Tijdens de omzwervingen door Nederland in verband met het werk van mijn vader, en na de geboorte van mijn zusje Caroline, belanden we als laatste in Bergen op Zoom. Opgroeiend in een periode waar de meeste mensen het niet breed hadden, en grote interesse hoe iets werkt leerde ik hoe je heel veel zelf kunt repareren, sommige “projecten” mislukten wel eens, als je daar meer over wilt weten moet je met mijn zussen praten.
Ik wist dus al vroeg, dat als ik later groot was, ik iets met mijn handen en techniek wilde doen.
Wat, wist ik niet, te veel leuke dingen. Dus toen de keuze gemaakt moest worden welke middelbare school het ging worden, werd het de T.T.O. een opleiding met veel theorie, techniek, en praktijk, zeg maar de mechatronica opleiding van deze tijd.
In mijn vrije tijd hielp ik toen af en toe de buurman, die in industrie naaimachines handelde, met het ombouwen van de machines. Na het behalen van de diploma’s heb ik bij veel techniek bedrijven gesolliciteerd, en werd vaak afgewezen in verband met mijn aankomende dienstplicht.
Tijdens een sollicitatie bij modelmakerij- Interieurbouw Hazen kreeg ik hetzelfde te horen, maar dat ik na de 16 maanden dienstplicht maar weer eens moest langskomen.
Na een te gekke tijd bij 104 verkenning, meteen weer langs gegaan bij Hazen en de maandag erop begonnen met een proefperiode van een half jaar. Na een week kwam de baas al met een briefje of ik het even wou doorlezen en eventueel ondertekenen, het was een overeenkomst voor een vast contract!!!
Na 25 jaren allerlei leuke Interieur projecten, prototypen, one of tools, matrijzen en machines gebouwd te hebben, en hier mijn maatje en vrouw tegen het lijf ben gelopen, waarmee ik nu twee leuke toffe zonen vol uitdagingen heb, kregen we ook hier problemen door de crisis. Na een fusie met een andere modelmakerij bleef het aanbod nog steeds dalen wat tot gevolg had dat alle modelmakers hun ontslag aangezegd kregen. Tijdens de ontslagperiode (die net na de zomervakantie zou aflopen) ben ik alvast bij wat oude klanten langs geweest, en daarna toch op vakantie gegaan. Bij terugkomst stond de baas op het antwoord apparaat of ik een oude klant terug wilde bellen. Na Plastica gebeld te hebben voor een afspraak, was ik na een uur alweer thuis met een vast contract, gewoon omdat ze al bekend waren met het persoon en zijn werk.
Ondertussen werk ik nu alweer bijna vier jaar bij Plastica Thermoforming, ook weer een baan met veel techniek, handwerk, C.N.C. machines, en uitdagingen voor het maken van producten die gebruikt worden, van duikboten tot aan ruimtevaartuigen en alles wat daar tussen zit, en van prototypes tot terugkerende series.

Als kind van de generatie radio en zwart wit tv, had je de buurt en het bos om hele dagen te kunnen spelen. En boeken, stapels met boeken om in op te gaan om spannende avonturen te beleven, overdag en ´s avonds onder de dekens met een zaklamp.
De spannendste waren die van Jan de Hartog en K. Norel, en dan vooral als het dan met varen te maken had, dus toen Hollands Glorie op de tv kwam, heb ik de eerste drie afleveringen “stiekem” vanaf de trap meegekeken om daarna, na plechtig te beloven op tijd weer uit bed te zijn voor school, weggedoken in de bank of stoel, de serie afgezien.
In de jaren daarna af en toe weer eens de Kaptein, Gods Geuzen, Hollands Glorie gelezen en dan natuurlijk binnen een week weer uitgelezen.
Totdat we met ons gezinnetje naar Halsteren verhuisde en mijn vrouw Bianca kennis maakte met Norma tijdens ophalen van de kinderen van school. Zal het een jaar zijn geweest, of korter ik weet het niet maar soms heb je een klik met iets of iemand, en voordat je het weet loop je bij mekaar de deur plat. De toenmalige vriend van Norma was toen vrijwilliger op de Furie, en van het een komt het ander. Ja natuurlijk ga je dan mee even kijken in Maassluis.

Na een uurtje rijden kom je dan bij de koepaard brug, brug over een zwarte schoorsteen met witte band en rode W van Wandelaar, je hart gaat sneller en een beetje adrenaline rush door je lijf. Voorlangs de Haas, shit het is ze echt de Furie, raar maar waar het was net zoiets als de eerste keer dat ik mijn Bianca zag. Na een stukje lopen de kade op, de loopplank over en dan sta je aan boord, de Furie je staat op de Furie. De bemanning is druk bezig met onderhoud, ondertussen stel je je voor aan diegene die je tegenkomt. Onderweg naar voren lopend ruik je de olie, verse verf, ijzer wat door geslepen is. In de walegang komen de etensluchten uit de kombuis je tegemoet. Ondertussen wordt er een geintje uitgehaald met Arie, die dan “vriendschappelijk” terug vloekt naar de kok Tinus, en Henk; ik loop letterlijk het boek binnen, ik zit midden in het verhaal.

Er wordt besloten dat Arie als de gids op de boot mij straks na het eten maar een rondleiding gaat geven. Als er na het eten bezoekers komen voor een rondleiding, laat Jan Peute mij het schip zien.
En dan sta je beneden in de Furie, in de machine kamer en in de boiler ruimte, in de Furie, overal om je heen techniek, oude techniek, oude techniek die bijna honderd jaar oud is, een schotse ketel met twee vuren, tripple expansie machine met hackworth omkeersysteem, net als op school uit de boeken maar dan in het echt.

En dan komt de vraag wat wou je eigenlijk komen doen, we kunnen wel een stoker erbij gebruiken, machinisten zijn er genoeg.
Als je aan deze “technieker “ metaalbewerker vraagt of hij met vuur, kokend water, hoge drukken, smeerolie een schip leven in wil blazen en dan samen met anderen een stukje wil gaan varen?
Dan zegt hij, ja lijkt me wel leuk, en blijft heel rustig, hij heeft daarna wel drie weken nodig om die grijns van zijn gezicht te krijgen… De Furie, ik mag stoken op de Furie.

Iets voor de eerste keer doen in praktijk nadat je de theorie gehad hebt blijft altijd spannend, helemaal als je weet dat voor je 15000 liter water zit met een temperatuur van ongeveer 195 graden Celsius bij een druk van 14 Kilogram op elke vierkante Centimeter en een brander die rond de twee honderd liter gasolie kan uitspuwen met een vlam van ongeveer anderhalve meter en een temperatuur rond de 400 graden Celsius. Komt er nog bij dat alles op gehoor, zicht en gevoel gaat.
De turbine rond de 3000 rpm (op gehoor, er is geen toerenteller), de olietoevoer (een klein tikje draaien, er staan geen standen op), de fakkel aansteken en in de vuurgang houden (niet te diep, dan blaast de olie de vlam uit, niet te hoog dan blaast de lucht de vlam uit), als je eenmaal een vlam hebt kijken naar de kleur en luisteren naar het geluid dat de vlam maakt, staat alles goed dan heb je een schone vlam die minimale brandstof gebruikt en maximaal temperatuur in het water stopt.
Hierdoor krijg je een hele blijde machinisten, en als de machinisten blij zijn is de stuurman blij, als hij blij is, is de kapitein blij en als de kapitein blij is, is het hele schip blij.

Kortom alles wat met de Stichting Hollands Glorie te maken heeft, valt of staat met de vrijwilligers, hun kennis en toewijding tot de taken op en rondom de Furie.
Voor mij is belangrijk om dit stukje techniek werkende te houden zodat mensen kunnen voelen en of meemaken hoe het samenspel tussen mens en machine was en is.
Toegegeven, het is een eindje reizen met trein of auto, dat ik meer tijd zou willen kunnen besteden aan het onderhoud, en dat het wel eens zwaar kan zijn. Maar de voldoening die het geeft om met deze hechte groep bemanningsleden een schip als de Furie te mogen varen als toentertijd en dat al bijna acht jaar lang, is gewoon een kinderdroom van een jongetje die uitkomt.