Column Furie, september 2026

Beneden in de hitte.
Ik ben in 2010 als vrijwilliger aan boord gekomen, net na Sail Amsterdam. Op dat moment waren er
weinig stokers, en gezien mijn technische achtergrond, kreeg ik een plekje bij het zwarte koor. Na
een aantal jaar dit te hebben gedaan en er een paar stokers bijgekomen waren, werd ik ingezet als
olieman/laatste machinist, en de laatste tijd vaker als derde.
Ik probeer zo vaak als ik kan aan boord te zijn. Helaas is dat tegenwoordig wat moeilijker geworden
door uitbreiding van het bedrijf waar ik voor werk. Maar wanneer je aan boord bent, gaat de
rompslomp van het dagelijkse leven even overboord. Helemaal wanneer er een paar dagen achter
elkaar gevaren wordt of als we deelnemen aan een evenement. Je bent tijdens het varen op elkaar
aangewezen en het kan best wel aanpoten zijn. Vooral als het buiten een graad of dertig is. Dan is
het in de machinekamer nog warmer. Maar wanneer we dan klaar zijn, vast liggen en wat tijd hebben
voor wat anders, kunnen we de grootste lol hebben.
Bijvoorbeeld afgelopen Dort in Stoom; tijdens de tocht ernaartoe tikte de thermometer beneden in
de machinekamer met gemak de vijfenveertig graden aan. Niet te doen zo heet, dus om af te koelen
besloten we een stukje met de sloep te varen. De sloep werd gestreken, zwemvesten aan en op het
juiste moment met z’n drieën tussen de golven door overgestapt.
Terwijl we bezig waren met het starten van de buitenboordmotor kwam de vraag of we even wat
stokbrood mee konden nemen voor de barbecue. Zogezegd zo gedaan en wij met de sloep naar de
supermarkt. Op de terugweg kwamen we de kaptein tegen met de lunchpakketten, of hij kon
opstappen, maar na een perfecte man overboord manoeuvre besloot hij hier toch vanaf te zien.
Paul Bronstring




